We hadden eigenlijk een 4WD moeten huren om door Zuid-Afrika te reizen, maar het toeval wilde dat het een blauwe Ford Fiësta werd. Dat gaf onderweg de nodige hobbels en bobbels, letterlijk en figuurlijk. De snelwegen in Zuid-Afrika zijn fantastisch, maar zodra je eraf gaat rijd je al snel op wegen met 'potholes', links en rechts en als je ze wilt ontwijken, moet je nog aardig opletten dat je geen tegenligger hebt. Hoewel onze weg rustig, zeg maar gerust uitgestorven was, reden wij pardoes in een gat aan de linkerkant van de weg en kregen prompt een lekke band. We hadden al in geen twintig minuten een andere auto gezien en van telefonisch bereik was hier geen sprake, maar een engel liet een busje aan de kant van de weg afslaan en parkeren, net vóór ons en nét op het moment dat wij aan de kant móesten. Deze Zuid-Afrikaan in hart en nieren, op weg naar een camping met zijn echtgenote, was zo goed onze band te verwisselen. Richting Hoedspruit echter was nog wel een behoorlijke afstand en zo reden wij in het donker richting het zuiden. Ik was bestuurder en kon niet veel zien, omdat er behoudens enkele in minidorpen waar we doorheen kwamen, geen lantaarnpalen waren en ook de wegen zelf waren niet met verf gemarkeerd. Turend naar de weg dat verlicht werd door onze eigen voorlichten, zag ik soms vanuit mijn ooghoek waarschuwingsborden voor overstekende nijlpaarden ...! Het schijnt dat ze uitgerekend 's-nachts op pad gaan. Het zal je maar gebeuren.

Onze host Gerti van Wait-A-Little was inmiddels ongerust, omdat wij, komend van het noorder Kruger waar je in het Kruger park maar 50km per uur mag rijden en ook nog olifanten waren tegengekomen waardoor we even moesten wachten, er langer over reden dan we dachten. De laatste 32km naar Wait-A-Little, eveneens onverlicht, is over onverharde weg, met stuivend zand en miniscule kiezels die ratelen tegen de onderkant van de auto, waardoor het klonk alsof het regende. Niets was minder waar, het was een heerlijke zwoele avond. Aangekomen wachtte ons echter een warm welkom, een goed glas wijn om het open vuur op het terras en een diner met kaarslicht met uitzicht op de droge rivierbedding. Onze kamer was in een van de grote safaritenten op palen, meer huis dan tent en volledig luxe ingericht met bedden met muskietennetten, een badkamer met bad, douche binnen en buiten (buitendouches zijn wat mij betreft een van de geneugten in Afrika), verrukkelijke badjassen en allerlei toiletartikelen met de naam Wait-A-Little erop, hoe decadent zo midden in de Afrikaanse bush. Overbodig te zeggen dat behoudens de eerste dierengeluiden bij het inslapen we pas de volgende ochtend ontwaakten van een diepe slaap. De medewerkers waren allemaal al op, ontbijt maken, paarden poetsen, een serene bedrijvigheid alom. Gerti vertelde dat vannacht de buffels bij het landgoed waren gekomen, iets wat ze sinds kort steeds deden en wat ze liever niet had. Wij hadden niet veel tijd, we bleven maar kort, maar Gerti nam ons mee de reserve in, en bij ons vertrek werden we dan ook aangestaard door drie zwartbruine buffels. Wait-A-Little is zo onwaarschijnlijk mooi, met glooiende en kronkelende paden, dat het haast romantisch aandoet, zoals de eeuwenoude schilders vroeger rivierbeddingen met bomen schilderden, ruig en natuurlijk en prachtig weelderig. Al snel schoten impala en nyala voorbij, ze springen door de lucht, lichtvoetig als ze zijn. De bocht om en we zien in al haar glorie majestueus een giraffe hoog boven ons uit torenen, sierlijk en alsof in slow motion, grazend aan de boomtoppen. Verderop hebben we wederom geluk als een kudde olifanten ons pad net doorkruist. We blijven stilstaan en aanschouwen ze terwijl ze langs schrijden, statig en ons in hun vizier opnemend. Een jonge olifant komt nieuwsgierig dichtbij en roeptoetert, best indrukwekkend, maar nadat hij zijn zegje heeft gedaan, wandelt hij triomfantelijk weg. Nog onder de indruk scheuren we weg om bij het grote meer te stoppen. Op de voorgrond zoemen de vlinders in de struiken van de oever in een veelvoud die we hier in Europa niet meer kennen. Onze ogen vinden een groep nijlpaarden, wel twintig die aan het zonnebaden zijn op de zandgronden. Een enkeling wentelt om in het water. Ze wanen zich onbespied en ik voel me nederig ze te aanschouwen in hun natuurlijke omgeving. Terug voor een heerlijke lunch met verse salades en tijd om te relaxen. Het went heel snel om hier te zijn en ik prijs me gelukkig.
